De Lelylijn leeft nog. Of leeft weer. Of leeft meer dan ooit. Het is maar hoe je het bekijkt. Er wordt in elk geval gewerkt aan een vervolgstap, dat is de belangrijkste conclusie uit de kabinetsreactie op het advies van Lelylijngezant Klaas Knot die vandaag verscheen. Maar een trein rijdt er nog lang niet, laat staan dat de eerste bielzen binnen afzienbare tijd worden gelegd. Onze reactie vanuit de Initiatiefgroep Lelylijn is voorzichtig positief, met een flinke slag om de arm.
Want eerlijk is eerlijk: het gaat tergend traag. Pas rond de zomer van 2027 komt er een advies, en daarna volgt nog een besluit. Daarmee wordt de diep gekoesterde wens van het Noorden feitelijk op de lange baan geschoven. Voor een regio die al decennia wacht op een snelle verbinding met de Randstad is dat opnieuw geduld oefenen.
Bovendien neemt het kabinet een van Knots belangrijkste adviezen niet over: jaarlijks een bedrag reserveren voor de spoorlijn. Het lukt dit kabinet kennelijk niet om 400 miljoen euro per jaar vrij te maken. Dat getuigt van weinig financiële creativiteit, want waar een politieke wil is, is doorgaans ook een weg. Dat het bestaande budget intact blijft, is een doekje voor het bloeden. Er was veel meer geld beschikbaar, maar dat heeft het vorige kabinet in een nachtelijk overleg met stoom en kokend water overgeheveld naar onder meer de Nedersaksenlijn. Dat zijn we kwijt, en dat maakt de opgave alleen maar groter: het kabinet schat de kosten van de Lelylijn op zo’n 15 miljard euro.
Toch zijn er ook lichtpuntjes. Het rapport van Knot is niet in een diepe la beland. Het kabinet ziet er belangrijke aanknopingspunten in en laat hem het werk voortzetten in een adviescommissie, samen met Corien Wortmann en Ed Kronenburg. Die krijgt de ruimte om met alle oplossingen te komen, van aanvullingen op het tracé en alternatieve aanlegtechnieken tot nieuwe vormen van financiering, ook internationaal via de Europese Investeringsbank. Juist daar ligt de sleutel.
Minstens zo belangrijk: het kabinet ziet de Lelylijn niet als zomaar een spoorlijn van A naar B, maar plaatst haar in een veel groter geheel, van woningbouw, economie en energie tot de Eemshaven als doorvoerhaven voor militaire mobiliteit. Dat is het verhaal dat wij al jaren vertellen, en het is goed om te zien dat het in Den Haag landt.
Staatssecretaris Bertram gebruikt zelf ook die woorden: ze noemt de Lelylijn “een diep gekoesterde wens in Noordelijk Nederland”. Dat klopt, maar het is te bescheiden. Het gaat niet om de wens van één regio, maar om een investering in heel Nederland, met een betere verbinding naar Duitsland op de koop toe. Of, in de woorden van Bertram zelf: “Elke regio telt.” Daar houden we het kabinet graag aan.
Is het glas daarmee halfvol of halfleeg? Dat kun je je afvragen. Wel weten we zeker dat de Lelylijn alleen een serieuze kans van slagen heeft als er een kabinet komt met visie op de lange termijn, dat de portemonnee durft te trekken. Op het monument op de Afsluitdijk, het levenswerk van Cornelis Lely, staat niet voor niets: “Een volk dat leeft, bouwt aan zijn toekomst.” Die woorden zijn vandaag actueler dan ooit.
Een opvallend detail: de Lelylijn lijkt los te worden gezien van het reguliere MIRT. Dat klinkt als een stap terug, maar kan juist kansen bieden. Daarmee vervalt immers de eis dat het grootste deel van de financiering vooraf rond moet zijn, en ontstaat er ruimte voor creatieve oplossingen buiten het overvolle Mobiliteitsfonds. Dan moet die ruimte straks wel worden benut, en niet worden gebruikt als excuus om de Lelylijn nog langer te laten wachten.
Wij als Initiatiefgroep Lelylijn, en de vele anderen die zich de afgelopen jaren bij Team Lelylijn hebben aangesloten, blijven ons met volle overtuiging inzetten. Tot de eerste bielzen liggen en de eerste trein over de Lelylijn rijdt.
Fotobijschrift: Hoe vaak moet het rad nog rond voordat de trein naar het Noorden vertrekt? (Foto: Beeldbank NS / Arno Leblanc)
Nieuwsoverzicht